Twintig jaar betrokkenheid en het niet-erkennen van de Taliban vallen nu samen met vergetelheid en een focus op bestaanszekerheid in Nederland. Daarmee wordt elke aandacht voor Afghanistan vervat in het verkeerde debat. Het Rode Kruis luidde de noodklok: ‘de winter in Afghanistan zorgt voor een onzichtbare humanitaire ramp’.
Ruim twee jaar geleden hield de Nederlandse betrokkenheid op, halsoverkop. Tanks en materialen achterlatend voor de Taliban. Door de Taliban te isoleren wordt de bevolking dubbel getroffen en is de humanitaire ramp alleen maar groter geworden. Én staan in potentie nog grotere groepen migranten klaar het land te verlaten. Om Afghanistan dichterbij te halen, bijna tastbaar te maken, reisde ik af naar Kabul. Om te voelen, te horen en te zien wat er speelt.

Al maanden ben ik mijn reis aan het voorbereiden, afspraken aan het maken.[1] Iedereen vraagt zich af waarom ik ga, nu al ga. Met de Taliban aan de macht, een regering die we in Nederland niet erkennen. Of ik niet beter kan wachten nu het code rood is. Maar dat is nu juist het punt; nog langer wachten of nietsdoen is voor mij geen optie meer. Aan de serie aardbevingen in Herat wordt nauwelijks aandacht besteed. Evenals aan een zeer emotionele oproep van het World Food Programma, dat er een enorme bezuiniging op stapel staat nu ruim 15 miljoen Afghanen al geen voedsel hebben. Om het nog maar niet te hebben over de 3,25 miljoen ontheemden en de 5,7 miljoen Afghanen die hun land ontvlucht zijn, veelal richting Iran en Pakistan. Pakistan heeft een begin gemaakt met het uitzetten van illegale Afghanen, dat zijn er nu 1,7 miljoen van de in totaal 4,4 miljoen vluchtelingen. Turkije wil geen ‘opslagplaats van Afghanen’ worden zo zei Erdogan. Afghanen komen er niet in. En volgens Amnesty worden Afghanen die de grens naar Iran over proberen te steken beschoten. Tot zover de opvang in de regio.

Op Dubai vliegveld, voor de incheckbalie van KamAir, sta ik in de rij van mannen met baarden in traditionele kleding. Ik hoor ze aan elkaar vragen wat die buitenlander daar nu doet. Vanuit het vliegtuig zie ik de eerste bergen oprijzen. Prachtig. Oneindig en ruig. Na het oppikken van de bagage gaat de exit hal al snel over in buitenlucht en stilte. Ik zie bloemen en kleur. Geen mensen, die staan pas een stuk verderop. Vanuit de auto zie ik eerste straatbeelden. Veel checkpoints met gewapende Taliban, westerse kleding is volledig verdwenen. Weinig vrouwen. Alle dagen zijn vol met afspraken. Met een nazaat van het koninklijk huis die nog mee heeft gedaan aan de presidentsverkiezing in 2014. Met leiders van het vorige regime, zoals Karzai en Abdullah Abdullah. Met het ministerie van energie en water waar wordt verteld dat het grondwaterpeil zo dramatisch snel zakt- overal, zo is het in Kabul al gezakt van -30 naar -200 meter. Dat er enorme migraties aan de gang zijn: in de ene provincie vanwege extreme droogte en in de andere vanwege overstromingen. De problemen met water en energie zijn zó groot en urgent dat dit de humanitaire ramp die nu al bezig is alleen nog maar zal gaan versnellen. Ik heb gesproken met medewerkers van NGO’s die worstelen met het leggen van de puzzel van traditionele hulp die in de omgang met de Taliban niet meer lijkt te passen. Met de EU-delegatie, die als enige vanuit Europa kantoor houdt en met een steeds kleiner draagvlak vanuit Europa de noden alleen maar groter ziet worden. Met NGO’s, praten bij families thuis.

In Nederland wordt het Afghanistan debat ver van de ijskoude hongerwinter gevoerd. De aandacht is nu gericht op een evaluatie over niet goed verlopen evacuaties en het onthouden van een perspectief, een toekomst voor de helft van de bevolking in Afghanistan- de meisjes en de vrouwen. Met de landelijke verkiezingen op komst overheerst het anti-migratie sentiment. De oorlog Israël-Gaza polariseert en versterkt het sentiment verder. Het valt samen met sterk teruggelopen (buiten Nederland uit te geven) budgetten voor ontwikkelingssamenwerking. De nationale focus gaat nu niet alleen meer over– ‘wat hebben we er zelf aan economisch en internationaal?’- maar het belicht nu dat we er A. nationaal zélf wat aan moeten hebben, namelijk geld inzetten op de opvang van migranten binnen onze grenzen (daarmee is Nederland de grootste ontvanger geworden van haar eigen ontwikkelingsgeld) en B. internationaal. Met wie kunnen we welke afspraken maken om migranten buiten de grenzen van Europa te houden?
Van de ruim 42 miljoen Afghanen zijn er 5,7 miljoen Afghanen op de vlucht waarvan zeventig procent wordt opgevangen in de regio- maar op basis van welke afspraken?
Met de gedachte aan vergetelheid, uitzichtloosheid en de humanitaire ramp(en) enerzijds en de betrokkenheid en commitment anderzijds van mensen en organisaties die júist nu inzetten voor de ruim 42 miljoen Afghanen en Afghanen op de vlucht- vertrok ik naar Kabul. Het is van belang te zoeken naar hoe de steun aan de Afghaanse bevolking en het ontwikkelen van een lange termijnstrategie kan worden vormgegeven, mét actieve steun en betrokkenheid vanuit Nederland, omdat de prijs voor eenieder anders te hoog zal zijn.
[1] Vanuit betrokkenheid bij de netwerkorganisatie Hart voor Afghanistan en de stichting van mijn man Ehsan Turabaz, Vrienden van Afghanistan.